CASTRICUM/EGMOND – Castricum en Egmond worden genoemd als mogelijke locaties om stroom aan land te brengen uit toekomstige windparken op zee. Dat bevestigt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Halverwege 2026 wordt duidelijk welke tracés en locaties het meest geschikt zijn voor de aanleg van ondergrondse hoogspanningskabels.
Vanwege de stijgende energievraag worden nieuwe windparken op zee ontwikkeld. De opgewekte elektriciteit – 525 kilovolt (kV) gelijkstroom – moet via kabels aan land worden gebracht en worden omgezet naar 380 kV wisselstroom voor aansluiting op het landelijke elektriciteitsnet. Voor die omzetting is een zogeheten converterstation nodig, waarvoor een terrein van circa 5,5 hectare nodig is. De gebouwen zijn 25 meter hoog.

(Foto: Rijkswaterstaat).
Smalle duinenrij
Hoewel in Egmond en Castricum geen 380 kV-station aanwezig is of gepland staat, worden deze kustplaatsen toch onderzocht als aanlandingspunt. Volgens RVO speelt de breedte van het duingebied hierbij een belangrijke rol. Bij Castricum en de noordkant van Egmond is de duinenrij relatief smal, waardoor de kabel ondergronds kan worden aangelegd met minimale verstoring van het Natura 2000-gebied.
De kabels worden volgens RVO volledig ondergronds aangelegd. Alleen op enkele locaties blijven putdeksels zichtbaar, waar kabelverbindingen worden gemaakt. In de regio Velsen lijkt vooralsnog minder ruimte beschikbaar, onder andere door het onlangs gebouwde grote transformatorstation op deze locatie. Verder zijn hier mogelijk toekomstige plannen voor waterstofproductie.

(Foto: Sjef Kenniphaas).
Ook waterstof
Naast elektriciteit wordt ook gekeken naar aanlanding van waterstof. Productie kan op zee plaatsvinden of op land, bij een centrale installatie. Voor een elektrolyser van 1 gigawatt en een waterzuiveringsinstallatie is ongeveer 29 voetbalvelden aan ruimte nodig.
De plannen maken deel uit van het landelijke programma ‘Verbindingen Aanlanding Wind op Zee’ (VAWOZ). Daarin worden onderzocht de mogelijke routes voor kabels, locaties voor conversiestations en de integratie van waterstof. Het Rijk stelt uiteindelijk het voorkeursalternatief vast. Betrokken gemeenten en provincies worden in het proces meegenomen.